Verkeer & veiligheid

Zichtbaar op stap

Elk jaar opnieuw raken mensen gewond of erger omdat de chauffeur van een motorvoertuig wandelaars gewoon te laat heeft gezien. Kleurrijke kleren vallen beter op, ook overdag. In het donker, bij regen of mist is opvallen nog extra belangrijk. Dan kunnen reflecterende elementen in je kledij echt je leven redden. Heldere kleren (zoals ook fluo) vallen vooral op door het zonlicht. Reflectoren werken anders, zij kaatsen alle licht terug naar de lichtbron. De reflectie van autolichten gebeurt ‘s nachts dus erg effectief. In de handel zijn hesjes, arm- of beenbanden te vinden die reflecteren. Er zijn zelfs reflecterende materialen die je aan de rugzak kan bevestigen. Misschien vind je dat toch niet zo handig. Kies dan gewoon bewust je wandeluitrusting. Heel wat jassen, windstoppers maar ook broeken en zelfs schoenen hebben ingewerkte reflecterende elementen.

Zichtbaarheid redt je leven

Onderzoek leert dat automobilisten je met donkere kleren pas op twintig meter in hun koplampen opmerken. Je bent dus, zelfs voor oplettende chauffeurs, zo goed als onzichtbaar. Een wandelaar met kleurrijke en dus opvallende kledij (zoals bijvoorbeeld fluo) wordt al van op 50 meter opgemerkt. Een wandelaar die de kleuren ook aanvult met reflecterende elementen is al gezien op 150 meter. Zichtbaarheid kan dus letterlijk je leven redden, reken maar even mee… Een chauffeur heeft een reactietijd tussen het opmerken van het gevaar en het ogenblik van reageren. Wie 50 kilometer per uur rijdt ziet zo 15 meter passeren. De remafstand is dan weer de afstand die een auto tijdens het remmen nog verder aflegt. De auto van wie amper 50 kilometer per uur reed schuift zelfs bij droog weer nog 12,5 meter verder. De stopafstand telt alle bovenstaande afstanden op (reactieafstand en remafstand). De chauffeur die aan 50 kilometer per uur rijdt en plots een wandelaar opmerkt heeft dus liefst 27,5 meter nodig om de auto helemaal stil te doen staan. Wie onopvallende kledij aan heeft komt met de twintig meter zichtbaarheid dus levensbedreigend te kort…

Op stap zoals het hoort

Verkeersregels voor de wandelsport

Enkele logische regels zorgen voor orde. Wie van de openbare weg gebruik wil maken moet dat volgens de zogenaamde 'wegcode' doen. Links of rechts wandelen, correct oversteken... Het zorgt er voor dat niemand op de weg voor plotse en misschien wel fatale verrassingen komt te staan. Want zeg nu zelf, we mogen toch ook niet dromen van een fietser op het voetpad of een auto die links denkt te moeten rijden? Maar hoe zit dat nu weer? We zetten alles nog graag even op een rijtje…
  

Waar hoort de wandelaar op de weg? 

Als wandelaar kiezen we in de eerste plaats voor het voetpad. Is er geen voetpad, kies dan voor het fietspad (Let op, daar geef je wel voorrang aan de fietsers !) of de begaanbare berm. Kan je niet anders dan wandelen op de rijbaan? Dan is de basisregel voor de individuele wandelaar: stap links achter mekaar. Toch is het verhaal niet zo simpel. De wegcode laat immers toe om, weloverwogen, bij slechte zichtbaarheid of een onveilige hindernis toch uitzonderlijk rechts te wandelen. Zijn de wandelaars op een doorsnee wandeltocht individuele voetgangers? Ja. Zelfs een klein groepje vrienden is niet onder begeleiding ‘als groep’ (zie verder) op stap…

Veilig oversteken? 

De wet verplicht ons om steeds het zebrapad te gebruiken tot op een afstand van 30 meter. Hier geldt dus niet de kortste weg, maar wel de veiligste langs de oversteekplaats. Als overstekende voetganger heb je voorrang. Maar wees voorzichtig en met de nodige aandacht voor naderende voertuigen. Op een zebrapad met voetgangerslicht moeten de wandelaars die zich al op de oversteekplaats bevinden verder lopen als het licht op rood springt. Wie voor het rood licht staat moet wachten, ook als deel van een groep wandelaars…

Is er geen zebrapad in de buurt, dan kies je een plaats waar je voldoende ziet en gezien wordt. Zoek oogcontact met een aankomende chauffeur. Laat je bedoeling om over te steken ook duidelijk (maar vriendelijk) blijken. 

Let ook op…

  • Al te vaak lezen we in de krant dat de tram een onoplettende voetganger aanrijdt. Loop niet met je hoofd in de wolken: een tram heeft altijd voorrang.
  • Voor een groep (meer dan zes personen) met begeleiding maakt de wet een uitzondering. Zij mogen altijd op de rijbaan lopen. Dat moet niet verplicht achter mekaar (links wel altijd!), maar dan wel rechts en zonder meer dan de helft van de rijbaan in te nemen. Op een drukkere weg blijft het aangewezen om steeds voor het voet- of fietspad te kiezen en als dat niet kan alsnog links achter mekaar te gaan stappen. Ook hier, maak elke keuze weloverwogen en in functie van de veiligheid! Overigens, bij slechte zichtbaarheid ben je verplicht om verlichting mee te dragen…